EXHIBITIONS

BEWAAKTE MOMENTEN

Over The Christina Paintings van Hans Vandekerckhove

Stellen wij ons eens het volgende voor: je bent getrouwd. Sterker, je leidt een heus huwelijksleven, en dit reeds – zacht uitgedrukt – geruime tijd: het moment is daar dat je precies even lang in de echt bent verbonden als dat je, tijdens de eerste helft van je bestaan, níét getrouwd bent geweest. Je bent zestig jaar en schilder. De naam van je vrouw is Christina. Verder weet ik niets over haar. Je werk pleegt zich af te spelen tegen het decor van alledaagsheid, je strikt persoonlijke omgeving, landschappen die je al wandelend aantreft, de tuin. Soms bevolk je zelf je schilderijen, soms lijst je anderen in, je dochter bijvoorbeeld. Maar nu is het de beurt aan je vrouw. Waarom, hoezo, wat daarvan de bedoeling is? Ik weet het niet, jij mogelijk ook niet. Je hebt, lijkt het, geen bedoelingen. Dat is deels wat je werk zo sterk maakt. Je maakt een reeks van twaalf schilderijen, The Christina Paintings getiteld. Twaalf: één voor elke maand van het jaar? Het ziet er bepaald niet naar uit. Een enkele uitzondering buiten beschouwing gelaten, en dan nog, bestaat het ornaat waarin Christina getoond wordt veeleer uit een – er weliswaar hoogkwalitatief uitziend – niemendalletje dan dat zij er warmpjes ingeduffeld bij zit, staat of ligt. Eén keer heeft zij helemaal niets aan.

En niet enkel de kleren, ook de kleuren bevestigen het: hooguit hangt er eens een streepje herfst in de lucht, maar winteren doet het nooit in Christina’s bestaan, en sowieso schijnt de tijd geen rol van betekenis te spelen – de krant die zij op een bepaald moment vasthoudt, kan net zo goed gisteren als dertig jaar geleden zijn gedrukt. En over de krant en dus ook de wereld gesproken: speelt de wereld een rol? In deze twaalf schilderijen? Speelt de wereld een rol voor Christina? Evenmin, me dunkt, als de tijd. Steevast bevindt zij zich, Christina, in een context die haar duidelijk in staat stelt zich geheel op haar gemak te voelen, in die mate zelfs dat zij zich van voornoemde context nauwelijks – of wie weet absoluut – niet bewust schijnt te zijn en de verstilling die uit haar beeltenis opgesfeerd komt van de weeromstuit aan het bedreigende en gevaarlijke grenst. Dit is melancholie op het scherp van de snee. De indruk wordt gewekt dat wij iemand gadeslaan die zozeer in zichzelf gekeerd is dat het niet anders kan of zij voelt zich het weinig benijdenswaardige middelpunt, niet van de wereld, nee, maar daarentegen van nowhere en helemaal niets. De onbetwiste hoofdrol in deze twaalf werken spelend, blijft zij tezelfdertijd fataal afwezig. Zij kijkt, zij staart, zij tuurt, aanschouwt – maar nooit ontmoet haar blik de onze. Nooit ontmoet hij die van jou. Soms leest zij als gezegd de krant, soms is zij blijkbaar bezig een weinig bureauwerk te verrichten. Het zijn momenten waarop wij, kijkers, welhaast opgelucht ademhalen. Om niet te zeggen: naar adem happen. Maar de vraag die zich met dit alles opwerpt, zit al besloten in bovenstaande woorden of zinsneden als ‘wie weet’, ‘schijnt te zijn’, ‘de indruk wordt gewekt’ et cetera, en zij is des te pertinenter wanneer wij beseffen dat Christina steeds aan ons verschijnt in volmaakt roerloze toestand: zij zit, staat of ligt, jazeker, maar nooit loopt, gebaart of nijgt zij, laat staan dat zij valt of zich een keer aan een verraste vreugdesprong zou wagen… Deze vraag, nu, is de volgende: is Christina twaalf keer op rij doende welbewust te poseren, of betreffen het hier evenveel in verf gevatte – zoals men dat noemt – ‘onbewaakte momenten’?

Zijn wij met andere woorden de welgekomen toeschouwers in een strak geregisseerd theater van de huiselijke weemoed, of ben jij, de schilder, zelf ook maar iemand die aan gene zijde van het sleutelgat de ingetogenheid aanziet van iemand, je vrouw, die zich alleen waant en geheel zichzelf is – geheel zichzelf, en dus even afwezig als wanneer geen mens haar zien zou? Of is het nóg een andere vraag die ons door The Christina Paintings gesteld wordt, namelijk of er wel degelijk een fundamenteel verschil bestaat tussen enerzijds poseren en dus rekening houden met andermans blik en anderzijds volstrekt alleen zijn? Is er sowieso een fundamenteel verschil tussen ‘samen’ en ‘alleen’? Is dat de crux, de hámvraag van deze twaalf schilderijen? ‘Onbewaakt’ is hoe dan ook het juiste woord niet, van vrijheid is immers geen enkele sprake: zit Christina niet, de benen tot het uiterste verstrengeld, opgesloten in zichzelf, is zij niet de gevangene van wat haar bezighoudt, veel méér bezighoudt, kennelijk, dan het feit dat zij samen met het moment vereeuwigd wordt? Dan het feit dat zij gezien wordt? Want uiteraard is zij zich daarvan bewust… Stellen wij ons thans eens het volgende voor: je bent getrouwd met Christina, inmiddels al drie decennia lang. En na die dertig jaren blijf je nog altijd zichtbaar zweven tussen radeloosheid en verwondering, en dit op de vleugels van je liefde voor een vrouw die je door en door kent en van wie je tezelfdertijd vaak geen idee hebt wie zij is. Ze weet het zelf ook niet – wie wel? En dan maak je – maken jullie – deze magnifieke en in al zijn geëtaleerde eenzaamheid erg gedurfde schilderijenreeks, The Christina Paintings.

 

Wel, dát is het fundamentele verschil met ‘alleen’.


Christophe Vekeman, zomer 2017